De methode
De meeste wielrenners trainen te veel, te hard, en altijd hetzelfde. Ze vermijden wat moeilijk is en doen wat goed gaat. Dat voelt prettig — maar je wordt er niet beter van.
Wat vaak beter kan
Te hard, te vaak
Geen herstel ingebouwd. Het lichaam past zich aan tijdens rust, niet tijdens de rit.
Blinde vlek
Je doet wat goed voelt. Je zwakke punten — VO2max, fatigue resistance — blijven zwak.
Verkeerde prikkel
Niet de juiste training op het juiste moment. Variatie zonder plan is willekeur.
Geen uitleg
Je volgt een schema maar begrijpt niet waarom. Zodra iets uitloopt weet je niet wat je moet aanpassen.
Hoe Rob het aanpakt
1
Diagnose — met of zonder data
Rob begint met een intakegesprek: je doelen, je niveau, je beschikbare tijd. Heb je rijhistorie als fit-bestanden uit Garmin of Wahoo? Dan kan hij direct je power-curve analyseren en precies zien waar je fysiologisch zwakker bent — VO2max, fatigue resistance, anaerobe capaciteit. Dat versnelt het proces en maakt het plan scherper. Maar het is geen harde eis om te starten.
2
Plan op jouw doel en kalender
Het schema is niet een template met jouw FTP ingevuld. De opbouw, de accenten en de tapering zijn afgestemd op wat jij wil bereiken — een gran fondo, een clubwedstrijd, meer conditie — en wanneer.
3
Rustige opbouw, met ruimte om bij te sturen
Rob werkt met een opbouwend schema dat hij elke week bijstelt op basis van hoe het gaat. Gaat het harder dan verwacht? Dan schuift hij de lat omhoog. Gaat het zwaarder? Dan passen we het aan voordat je overtraint.
4
Elke week uitleg bij je schema
Je krijgt niet alleen een schema — je krijgt uitleg. Waarom deze week Z2? Wat doet die intervaltraining precies? Je begrijpt wat je traint, zodat je er ook van leert.
“Als je elke keer hetzelfde doet, komt er ook hetzelfde uit.”
— Rob
Wie is Rob
R
Data én gevoel — allebei tellen
Rob traint al decennia op data en gebruikte vroeg een hartslagmeter om zijn trainingen te begrijpen en verbeteren. Door zijn medische achtergrond leerde hij luisteren — niet naar symptomen, maar naar de mens achter de klacht. Dat doet hij als coach ook: wat een renner voelt, hoe hij slaapt, wat er die week speelde, telt net zo hard als de cijfers. Zelf rijdt hij wedstrijden sinds 1998 en weet wat het is om te trainen naast een gewoon leven.
Hoe hij scherp blijft: hij volgt Friel en Rønnestad al jaren — niet als bijbel, maar omdat zij het denken over training actief vooruitduwen.